[Tekst met de beginregel]
Het is ook fout dat ik me zo vaak helemaal alleen opstel

1e druk

Voorburg, BZZTH Teater (Schrijverscyclus 75), 30 oktober 1975
100 ex. • [1-2] p. • 430x305 mm
Bindwijze: Ongevouwen gevergeerd papier
Annotatie: Arabisch genummerd van 001-100 op achterzijde (niet door de auteur)
Annotatie: 'Handschriftposter' in facsimile van een fragment uit het verhaal 'Angst' (in november 1975 verschenen in Hollands Maandblad 17-336 en in augustus 1977 in De Weg naar het Licht, p. 93-105), met daarboven een afbeelding van een schip op zee: 'Het is ook fout dat ik me zo vaak helemaal alleen opstel: / hebt u wel eens in het holst van de nacht, lezer, op het / achterdek van een groot schip gestaan bij bewolkt weer? Dan is / er geen licht van de maan, dan is er geen licht van de sterren. / Het enige wat er gebeurt is dat je iets hoort: het schroefwater / beneden je en verder is er een grauwe, verraderlijke zwartheid tot aan de horizon. Achter mij, boven het kombuis, ongeveer twaalf meter achter mijn rug begint het eerste lichtje, een rood lampje boven de ingang van de kombuis, dat mij moet / waarschuwen opdat ik mijn kop niet stoot bij het binnenlopen. / Maar ik kijk van het schip af en houd dat maar / precies vijftig seconden vol en daar ren ik reeds naar de pantry en bestel daar een dubbele whisky. Angst. Angst. / Onzekerheid, kwaadaardige argwaan, enge gevoelens, opris- / pingen, maar het meest van al ben ik onzeker: "Besta ik / eigenlijk wel?". Als de wereld en de horizon zo ver weg zijn, / als het heelal zo groot is, wat helpt me dan mijn geschreeuw? / "God!", schreeuw ik, "God, geef toch een keer antwoord". / Vanuit de verte antwoordt een hond. "Hond" denk ik, "in / het Engels is dat "dog". God geeft mij een teken door zich in / het Engels om te draaien". Dat is alles wat ik geloven kan. / En zegt de dichter het al niet? "Wat helpt me mijn geschreeeuw, / wat zijn mijn klagen? d'Echo komt me alles wederdragen. En / dan sta ik met mijn handen om de railing geklemd en / voel het hele schip trillen. Angst! Als ik nu verzuip, verdrink / ik langzaam en is er niemand die het merkt. Geen God die / een poot naar me uit zal steken. Ik ben nu eenmaal in / dit leven geworpen en nu moet ik ook maar voort. Alles / wat moeilijk is, daar sta je alleen voor en het ergste / van alles is eenzaamheid. // JMA Biesheuvel / fragment uit "Angst"'
¶ puntgaaf exemplaar (nr. 058)
§ 3 exemplaren, waarvan twee in puntgave staat (nr. 001! en nr. 004) en een in goede staat (nr.
069)

Het is ook fout dat ik me zo vaak helemaal alleen opstel, 1e druk
1e druk